De Fanfare
De Fanfare
Het woord fanfare zou van Arabische oorsprong zijn en zoiets als trompetgeschal betekend hebben. In West-Europa zou het pas in de 17de eeuw in die betekenis gebruikt zijn. Maar hoe lang voor die tijd hebben er al trompetten geschald in het oude Egypte van de farao’s? en ook onze voorouders, de Germanen kenden dit instrument al. Niet zo gek dus, dat men het ook aantreft inde Bijbel. Wanneer men het boek Numeri openslaat, kan men in hoofdstuk 10 lezen dat de Here Jahweh aan Mozes opdracht gaf twee trompetten van gedreven zilver te laten maken. Zelfs de te gebruiken signalen op één of twee trompetten worden beschreven. En hier hebben we dan het woord signaal. De grote Van Dale geeft als verklaring voor het woord fanfare: signaal, korte melodie, geblazen op trompetten of hoorns, meestal bestaande uit de natuurtonen van het instrument en gebruikt bij militaire of feestelijke gelegenheden. Het feestelijke eerst. Het woord fanfare heeft daar reeds een wijdere betekenis gekregen: opgewekt kort muziekstuk voor koper, vaak bedoeld als huldebetuiging. De verbinding naar het militaire hadden we al eerder onderkend bij de oude Grieken en Romeinen. In West-Europa liet de adel zich voorafgaan door trompetterende ruiters, ondersteund door pauken. Tegen het einde van de 18de eeuw kwamen daar ook hoorns bij, voor het eerst in Frankrijk. Aldus groeide langzaam de verbinding van het koperinstrument met slagwerk naar de cavalerie en zo ging men in de eerste helft van de 19de eeuw de fanfare als het orkest van de cavalerie leren zien. De 19de eeuw, liet geweldige ontwikkelingen zien in de techniek van de instrumenten. Het gebruik werd veel eenvoudiger. Men kon er – ook marcherend – gemakkelijker en steviger op spelen.
Ventielsysteem

De uitvinding van die tijd was echter het ventiel – systeem voor de koperinstrumenten. In plaats van alleen maar natuurtonen konden voortaan alle hele en halve tonen ‘probleemloos’ worden gespeeld. Maar er was nog iets. De Duitse dirigent Wieprecht en ook collega’s van hem in Oostenrijk probeerden de instrumenten in hun orkesten in gelijksoortige groepen in te delen. Dit vooral om de homogeniteit van de klank te verbeteren. Enige tijd later gelukte dat de in Parijs wonende Adolphe Sax beter. Maar hij ging dan ook bewust daartoe instrumentengroepen ontwikkelen, zoals de saxhoorns en de saxofoons. Hij gebruikte echter wel reeds door anderen verworven inzichten, zodat men overdrijft als men hem de uitvinder van de fanfare noemt. Wellicht is vormgever van de fanfare dan hier beter van toepassing. Sax stelde de bezetting op, met in het achterhoofd de cavalerie en ook die van de harmonie met de infanterie in gedachten. Vanaf die tijd circa 1850, verplaatsten zijn ideeën zich gedurende tientallen jaren langzaam door West–Europa. De fanfare kon door het vele koper toe met minder muzikanten, waarvan de opleiding dikwijls parallel kon lopen. Ook waren de instrumenten goedkoper en minder kwetsbaar dan het hout. Allemaal redenen waarom tot in de kleinste dorpen fanfares van de grond kwamen. Frankrijk, België, Nederland en Zwitserland liepen daarin voorop. Intussen is in Frankrijk en Zwitserland de fanfare bijna uitgestorven. Ook in Nederland en België is deze tendens aanwezig. Maar de nog altijd vele fanfares zijn veelal in ontwikkeling naar een hogere kwaliteit en ze produceren een uniek klankbeeld. Alleen daardoor kan deze orkestvorm zich handhaven als een uiting van muzikale volkscultuur. En precies dat beoogt de Koninklijke Fanfare Philharmonie.